U bevindt zich in de rubriek "Binnenland".

Hoort de meerval thuis in de Visserijwet? 

In het vakblad van Sportvisserij Nederland; Visionair, is onlangs aandacht besteed aan de meerval in Nederland. Aan drie deskundigen werd de stelling "Meerval hoort thuis in de Visserijwet" voorgelegd...

Het ecologisch herstel van de rivieren vertaalt zich ondermeer in de toename van de Europese meerval. De terugkeer van deze unieke roofvis wordt vooral door sportvissers bemerkt. Het aantal vangstmeldingen van meervallen neemt namelijk hand over hand toe. Toch mogen sportvissers niet gericht op meerval vissen omdat deze soort is opgenomen in de Flora- en faunawet. Vanwege het formaat en de legendarische kracht van deze mysterieuze vis is het begrijpelijk dat binnen hengelsportgelederen de roep aanzwelt om de Europese meerval onder te brengen in de Visserijwet. Daardoor vervalt de beschermde status en kan er legaal op meerval worden gevist. Dat is natuurlijk goed voor de sportvisser, maar is dat ook goed voor de meerval? We vroegen
dit aan een panel van (ervarings)deskundigen.

Menno Soes, ecoloog bij Bureau Waardenburg

De meerval heeft een opmerkelijk opkomst gemaakt in de grote rivieren. Deze toppredator heeft lange tijd op het randje van uitsterven gestaan. Uitzettingen in Rijn en Maas zijn echter wonderwel goed aangeslagen. Verbeterde waterkwaliteit, inspanning om de morfologie van de rivieren te verbeteren (denk bijvoorbeeld aan de aanleg van nevengeulen) en vermoedelijk ook  klimaatsveranderingen hebben bijgedragen aan het ontstaan van een flinke populatie. Geen van de mij bekende, historische bronnen rept over grotere populaties buiten het Haarlemmermeergebied. Toch zie ik het voorkomen niet als een onnatuurlijk voorkomen, maar als het voorkomen van een soort die uiteindelijk weet om te gaan met een door mensenhanden sterk veranderd leefgebied. De uitzettingen waren nodig omdat de overgebleven aantallen te klein waren voor een dergelijke uitbreiding. Het is dan ook een welkome opleving van onze enige overgebleven zoetwatergigant.

Met de huidige aantallen ligt het voor de hand de beschermde status ter discussie te stellen. De Rode lijst heeft ze sinds 2004 toch al verlaten. Dit zou betekenen dat ze zou moeten worden
opgenomen in de Visserijwet, aangezien de Flora- en Faunwet stelt dat alle van nature in Nederland voorkomende soorten die hier niet in zijn opgenomen beschermd zijn. Hiermee zou ze
legaal kunnen worden belaagd door hengelsporters. Maar dit betekent ook een eerste stap naar commerciële bevissing door beroepsvissers. Misschien is het voor hen een klein stukje pleister
op de wonden die de ellende met de aal veroorzaakt heeft. Nu de beschermde status opheffen, lijkt toch te vroeg. Met name omdat voldoende inzicht in de Nederlandse situatie ontbreekt.
Vooral de vragen betreffende de randvoorwaarden voor een succesvolle voortplanting en een goede groei dienen te worden beantwoord. Pas dan is het mogelijk om een voorzichtige
inschatting te maken van de stabiliteit van de meervalpopulatie in de grote rivieren. Met louter de constatering dat het er nu een hoop zijn, komen we er niet. Ook de huidige uitvoering
van de bescherming van de soort schiet tekort, vaak omdat we gewoonweg niet weten waar op Nederlands grondgebied de meerval haar nesten maakt. Samengevat is er niets tegen het ingaan van een traject dat tot doel een verandering van de beschermingstatus heeft. Dit zou dan moeten starten met aantrekkelijk onderzoek. Of je uiteindelijk zal slagen? Het precedent dat dit zou scheppen voor andere veranderingen in soortenlijsten van de Flora- en Faunawet zou wel eens een te grote hobbel kunnen zijn. Maar dat is meer een vraag voor beleidsmakers.

 

Hendrik De Nie, bioloog en auteur van de Vissenatlas

Nu al weer twaalf jaar geleden, deed ik onderzoek naar zoetwatervissen voor het Ministerie dat toen nog het Ministerie van Landbouw, Natuurbehoud en Visserij heette. Het doel was
het maken van een lijst van kwetsbare en bedreigde vissoorten, de zogenaamde Rode lijst. Voor een verspreidingsatlas had ik in de jaren daarvoor zo veel mogelijk gegevens verzameld
over het voorkomen van vissoorten in Nederland. In die tijd was de Flora- en Faunawet nog niet van kracht, maar er werd aan gewerkt. Ik weet nog hoe blij natuurbeschermend Nederland
(mijzelf niet uitgesloten) was met deze wet. Wat was er zo nieuw aan deze wet? Het uitgangspunt was dat de inheemse flora en fauna in principe beschermd moest worden, het ‘nee,
tenzij-principe’. Iemand die iets onderneemt dat schadelijk is voor de natuur, dient zich eerst uitgebreid te verantwoorden. Plant- en diersoorten mogen niet uitsterven, het belang van de
ingreep moet zorgvuldig worden afgewogen tegen het belang van natuurbehoud. Omdat je in de praktijk niet de hele natuur kunt beschermen, geldt de wet alleen voor 500 planten en dieren. De meer radicale natuurbescherming had graag gewild dat alle gewervelde dieren onder deze wet zouden vallen, maar dat heeft de wetgever niet gedaan. Bij de zoogdieren zijn muizen en ratten* uitgezonderd en het konijn en de haas kregen de status wildsoort. Dit houdt in dat erop mag worden gejaagd, ook als geen sprake is van schade. Dit laatste geldt ook voor fazant, houtduif, wilde
eend en patrijs. Alle andere vogelsoorten gelden als beschermde diersoort (en de jacht op de patrijs is gesloten). Vissen zijn ook gewervelde dieren. Vertegenwoordigers van de visserij hebben
sinds de jaren 1970 hun best gedaan om vissen buiten deze vorm van natuurbeschermingswetgeving te houden. De opvatting was dat er in de visserijwet 1963 voldoende regels zijn om
vispopulaties te beschermen. Door dit verzet werden ze het zwarte schaap van de ‘groene familie’ (natuurbeschermend Nederland). In 1973 leden zij een nederlaag toen een voorloper
van de Flora- en Faunawet van kracht werd: de Natuurbeschermingswet. Daarin stond een lijst van tien vissoorten, waaronder de meerval.

Ik herinner mij nog een discussie in 1997 met vertegenwoordigers van het Ministerie over de relatie tussen deze lijst van zoetwatervissen uit 1973 en de Rodelijstsoorten die ik op grond van
zo objectief mogelijk criteria had vastgesteld. Uit mijn onderzoek kwamen vissen die beslist extra bescherming zouden verdienen zoals de kwabaal, maar ook sneep, vlagzalm, serpeling,
elft en fint, barbeel, winde en kroeskarper. Er waren echter ook soorten die in de natuurbeschermingswet (nu Flora- en Faunawet) staan, maar geen status op de Rode lijst verdienen (“thans
niet bedreigd”) zoals de meerval en de kleine modderkruiper. De meerval staat echter wel op een lijst van een international verdrag: de Conventie van Bern. Wie echter goed leest, leert dat
soorten van deze zogenaamde bijlage 3 niet volledig onaantastbaar zijn. Het land dat het verdrag heeft ondertekend, is verplicht regels te stellen aan de exploitatie (lees visserij) zodat de
populaties van deze diersoort behouden blijven. Strikt formeel is er dan geen bezwaar tegen plaatsing in de Visserijwet. Om te laten zien dat de sportvisserij er niet op uit is de Flora- en
Faunawet uit te hollen, zou zij kunnen voorstellen om de meerval in de Visserijwet te plaatsen en een aantal echt kwetsbare en bedreigde vissoorten zoals kwabaal, sneep, vlagzalm, serpeling,
elft en fint naar deze wet over te hevelen.

* Om precies te zijn alleen huismuis, zwarte- en bruine rat. Inheemse kleine knaagdieren waaronder bosmuis, veldmuis en woelrat zijn wèl beschermd.

 

Jacques Schouten, sportvisser en auteur van “De Nieuwe Zoetwatergiganten” en “Als het Vissen in je Bloed zit”.

Badend in het zweet word ik wakker. Ik heb net gedroomd over paaiende meervallen in een rivier. Niet zo vreemd vandaag de dag, maar deze droom vond plaats in het begin van de zeventiger
jaren. Toen was de meerval in Nederland een zeer schaarse vissoort en ook in Europa waren er maar weinig plaatsen waar de meerval in grote aantallen zwom. Hoe anders is dat op dit moment. Sinds de tijd dat mijn droom plaatsvond is er op het gebied van de meervalstand heel wat veranderd. In de Saône in Frankrijk bestaat vanaf 1990 bijvoorbeeld al een populatie meerval waar op kan worden gevist. Dat mag ook. De Fransen hebben daar geen enkel probleem mee. Niet alleen in de Saône zwemmen op dit moment meervallen rond. Bijna alle rivieren in Frankrijk zijn voorzien en op veel plaatsen wordt er dan ook gericht op gevist ‘met weinig tot geen nadelige gevolgen voor de stand van de soort’, sterker: die lijkt alleen maar toe te nemen. Een paar andere landen waar deze vissoort een ongekende opmars heeft gekend zijn Spanje en Italië. Het Ebro-systeem is min of meer vergeven van de meerval. Diverse reisorganisaties bieden al jaren lang meervalreizen aan naar dit gebied. Ook in de Po is het mogelijk om vanuit meervalkampen met boten op deze grote zoetwatervis te vissen. In 1994 ben ik voor het eerst begonnen met het vissen op meerval in Nederland. In de Maas zwom toen al een populatie rond. Sinds die tijd is de meervalstand, ook in Nederland, enorm toegenomen. Niet alleen in de Maas, maar ook in de Waal zwemmen er meer dan genoeg rond om er daadwerkelijk op te kunnen vissen. Kortom: Het gericht vissen op meerval kan absoluut geen kwaad. De meervalstand in Nederland is goed en sportvissers die het geluk hebben om er één te vangen zetten de gevangen vis toch weer terug. De meerval kan wat mij betreft dus worden opgenomen in de Visserijwet.

bron: Visionair en Wageningen University and Research Centre, met dank aan Hendrik Jan Verheij